De 10 pijlers van het Freinet

1. Kinderen en volwassenen zijn niet volstrekt gelijk maar wel gelijkaardig en gelijkwaardig.

Daarom hebben kinderen er recht op dat hun onderwijzers hen volstrekt serieus nemen. Het omgekeerde geldt evenzeer.

2. Het onderwijs is gericht op maximale ontplooiing van ieder kind, dat tegelijk verantwoordelijkheid leert dragen voor de gemeenschap (werkgroep, klas, school, correspondentieklas, buurt), die op zijn beurt dienstbaar is aan elke persoon afzonderlijk.

3. Persoonlijke ontplooiing veronderstelt vrije en artistieke expressie. Verantwoordelijkheid impliceert communicatie.

4. Persoonlijke ontplooiing vraagt ook om individuele leerwegen. Verantwoordelijkheid betekent leren en werken in coöperatief verband.

5. Onderwijs is levensecht, gaat over en komt voort uit het leven en de wereld van de kinderen, over hun familiale, natuurlijke en sociale omgeving.

6. Tegelijk beoogt onderwijs dat kinderen hun plek vinden in het leven en de wereld van morgen.

7. Echt en succesvol leren, je iets eigen maken in de meest letterlijke zin des woords, vindt plaats langs de weg van het proefondervindelijk verkennen. Daarom wijst de freinetpedagogie vervangende verkorte leerwegen af en werkt zij volgens de natuurlijke methode van het levend leren.

8. Expressie, communicatie, zelfontplooiing, verantwoordelijkheidsbesef komen op een vanzelfsprekende wijze tot hun recht in zinvol werk, zowel hoofd- als handarbeid: vorming in en door het werk in levensechte situaties.

9. Om dit alles te bereiken is een doelmatige en democratische werkorganisatie nodig.

10. Die werkorganisatie omvat onder meer onderwijstechnieken en ondersteunende onderwijsmaterialen.